Eugen Klein GmbH   Gelenkwellen Klein Gelenkwellen
    Start Technische richtlijnen Der vollkommene Ausgleich der ungleichförmigen Bewegung durch das zweite Gelenk
Deutsch (Deutschland)English (United Kingdom)French (Fr)Italian - ItalyNederlands - nl-NLEspañol(Spanish Formal International)Russian (CIS)
Klein Gelenkwellen
De volledige compensatie van de oneenparigheid door de tweed

Door op de juiste wijze twee kruiskoppelingen achter elkaar te plaatsen kan de oneenparige beweging weer gecompenseerd worden. Daarbij wordt een b.v. door de eerste koppeling veroorzaakt voorloop + oor een even grote achterloop - van de tweede koppeling opgeheven. Er moet dan wel aan de volgende voorwaarden voldaan worden.:

  1. De afbuighoeken van de kruiskoppelingen moeten even groot zijn.
  2. De delen van de tweede kruiskoppeling moeten 90° eerder of later in, het door de aandrijvende- en aangedreven assen gevormde vlak, lopen, dan de delen van de eerste koppeling. Of grafisch weergegeven: De gaffels van de middelste as moeten gelijktijdig in de vlakken A en B liggen welke gevormd worden door de aandrijvende - en aangedreven assen van de betreffende kruiskoppelingen.

Figuur 14

Bild 14: Ebenen A und B

Uit deze algemeen geldende formuleringen zijn twee vaak voorkomende toepassingen af te leiden:

6.1 Z-buiging

In deze meest voorkomende toepassing is er slechts afbuiging in een vlak (Figuur 15). Om een volledige compensatie van de oneenparige beweging te verkrijgen moeten de gaffels van de gemeenschappelijke as in een vlak liggen en de afbuighoeken moeten gelijk zijn

Figuur 15

Bild 15: Z-Beugung

6.2 W-buiging

Hier geldt hetzelfde als voor de Z-buiging.

Figuur 16

Bild 16: W-Beugung

6.3 Ruimtelijke buiging

Indien de projectie van de as bv. in zijaanzicht een Z-buiging en in bovenaanzicht een W-buiging (of omgekeerd) laten zien, dan is er sprake van een ruimtelijke buiging volgens Figuur 14.

De resulterende afbuighoek ß1 en ß2 alsook de verdraaihoek van de buigvlakken , kan uit de projectie van de afbuighoeken ßV1 , ßV2 , ßH1 , ßH2 m.b.v Figuur 17 en 18 bepaald worden.

Figuur 17

Bild 17: Räumliche Beugung

Voorbeeld: (Grafische procedure).

De situatie is als in figuur 19. De verdraaihoek moet bepaald worden, zowel in grootte als richting.

Figuur 18

Bild 18: Graphisches Verfahren

Figuur 19

Bild 19: Beispielanordnung

De waarde ßV1 = +15° en ßH1 = +7° worden in het diagram (Figuur 18) ingetekend en grafisch opgeteld. De gestippelde lijn 1 is het afbuigvlak van koppeling 1, als je in de richting van C op de as kijkt. De lengte van de gestippelde lijn is dan gelijk aan de resulterende afbuighoek ß1=16,5°.

De hoek ßV2 = -11,5° en ßH2 = +12° worden op gelijke wijze ingetekend en zo onstaat het afbuigvlak van de tweede koppeling m.b.v. lijn 2. De lengte van de getrokken lijn 2 is dan gelijk aan de resulterende afbuighoek ß2.

De hoek tussen de beide lijnen 1 en 2 is de verdraaihoek . Over deze hoek moet de op de gemeenschappelijke as liggende gaffel b van koppeling 2 t.o.v. de op de gemeenschappelijke as liggende gaffels a van koppeling 1 verdraaid worden volgens aanzicht C. Dus 71° tegen de klokrichting in.

De resulterende afbuighoek kan ook als volgt berekend worden:

Formel 6: Beugungswinkel

en de verdraaihoek :

Formel 7: Verdrehwinkel

De richting van moet uit de grafische afbeelding overgenomen worden. Als groter wordt 90°, dan moet praktischer wijze de vervangingshoek toegepast worden.

6.4 Toelaatbare toleranties

Indien uit konstruktieve redenen de volledige gelijkheid van de afbuighoeken niet of niet altijd mogelijk is, dan moet tenminste aan de volgende voorwaarde voldaan worden.

Formel 8: Beugungswinkel

ßE komt ongeveer overeen met de afbuighoek van een enkele kruiskoppeling , die dezelfde oneenparigheidsgraad heeft als een komplete aandrijfas.

6.5 Meerdere aandrijfassen

Vaak moeten in voertuigen meerdere aandrijfassen met 3 of meer koppelingen toegepast worden. Dan geldt:

Formel 9: Beugungswinkel

Koppelingen met gelijke gaffelopstelling, gezien in hun buigvlak , hebben hetzelfde teken ( + of -) (zie figuur 20).

Figuur 20

Bild 20: Gelenkwellenstrang

Ook bij drijflijnen met meerdere aandrijfassen in een ruimtelijke opstelling, is er in veel gevallen een toereikende gelijkloop te realiseren. U kunt dit bij ons aanvragen. We zullen U graag adviseren.

Verder uiteenzettingen over aandrijfaskinematiek is te vinden inVDI-richtlijn 2722.     

 
vorige bladzijde  naar de inhoud  volgende bladzijde

 

 
Eugen Klein GmbH   Gelenkwellen   Parkstraße 27-29      73734 Esslingen a.N. 
Fon +49 (0)711 3 80 05-12     Fax +49 (0)711 3 80 05-49    info@klein-gelenkwellen.de
upseits Webagentur